Handleiding
Het eerste dat mij te binnen schiet is ‘A Choreographer’s Handbook’ van Jonathan Burrows. Het is een boek waarin Burrows een poging doet om tot de essentie van choreografie te komen, door antwoorden te (her)formuleren op begrippen en termen als ‘continuity’, ‘scores’, ‘counterpoint’ of ‘mentoring’uit de danswereld. Als lezer krijg je verschillende perspectieven voorgeschoteld die betrekking hebben op dans maken, alsook over dans spreken en reflecteren. Zo geeft hij bijvoorbeeld voor het begrip ‘principle’ acht verschillende verklaringen en vult hiermee vijf bladzijden. Bij momenten kan dat ook best verwarrend zijn, maar het spoort aan om zelf nog meer out of the box te denken dan die behoorlijk gevulde pagina’s. Je zal definities of suggesties tegenkomen waar je je in kan vinden, alsook ideeën verwerpen.
Het is als het ware ‘een choreografisch bad’ waarin je als lezer kopje onder wordt geduwd en er is een handleiding, maar er zijn honderden manieren om terug boven te geraken.
Ik ben nogal geïntimideerd door de term ‘choreograaf’ of ‘kunstenaar’. De grote figuren waar ik mee opgroeide; o.a Wim Vandekeybus, Anne Teresa De Keersmaeker, Pina Bausch, wier werk ook vandaag nog steeds in de belangstelling staat, maken mij zeer nederig als startende maker. Het boek herinnert me eraan dat er geen volstrekt idee van dans bestaat. Het geeft geen pasklaar antwoord op wat choreografie is, maar wel hoe we choreografie kunnen benaderen. Dat werkt voor mij erg relativerend en inspirerend, omdat je wordt aangemoedigd je eigen weg te bewandelen. Ook is de vormgeving van deze uitgave zeer toegankelijk en kan ik iedereen, die aan de start van een maakproces staat, deze tool aanbevelen.
Een reëel lichaam
Het werk van expressionist Egon Schiele boeit me al lange tijd. Zijn taferelen hebben steeds een impact op mij en ook tijdens het maakproces van KORPUS was zijn werk een grote inspiratiebron. Enkele voorbeelden zijn ‘Der Kämpfer’, (1913) en ‘Standing Male Nude with Red Loincloth’ (1914).
De figuren worden sober, maar in onnatuurlijke posities afgebeeld zonder context van waar ze zich bevinden. Ik vind het confronterend om de lichamen zo afgebeeld te zien. De verwrongenheid roept bij mij een directe confrontatie op met het ongemakkelijke. Het is knap dat Schiele dit gevoel kan teweegbrengen bij mij als kijker. Hoe kan ik diezelfde ervaring losmaken door middel van dans? De personages worden op meedogenloze manier weergegeven, naakt in hun puurheid en tegelijk in hun gruwelijkheid. Het zijn de extremiteiten van een reëel lichaam die ik wil opzoeken en diezelfde bijna onmenselijke onwennigheid op de toeschouwer af laten komen.